Verzamelde liefdesgedichten (het is nooit volmaakt)

showcase item

Dirk Kroon (*1946) heeft in Verzamelde liefdesgedichten een royale keuze samengebracht uit gedichten die hij schreef van 1965 tot en met 2015. Deze zijn in twee afdelingen ondergebracht: de eerste verwoordt in vrije verzen frappante aspecten van liefde, mede door in cycli het beeld op te roepen van De vogelvrouw en Nomade. De tweede bevat veelal korte, bespiegelende, soms traditioneel vormgegeven gedichten die zowel de overvloed van een liefde als het menselijk tekort laten zien. 

Doordat het geheel chronologisch is geordend, volgt de lezer geliefden bij het voorbijgaan van de tijd. Welke benaderingswijze ook wordt gehanteerd en hoe evocatief of direct de gedichten ook mogen zijn, Kroon blijft de uitgesproken lyricus die hij vanaf het begin is geweest.

Met de uitgave van Verzamelde liefdesgedichten brengt Liverse deze dichter wederom onder de aandacht - na de losse dichtbundels Bijna oud, gedichten van een babyboomer (2011), Dagelijks despoot, de jaren van een babyboomer (2013) en Is het werkelijk? Verkenningen van dichters (2015), waarin Kroons voornaamste literaire essays zijn verzameld.

 

Uit deze bundel:



Motto

 

Laten wij kinderen zijn

 

in het uur van de liefde.

 

 

Laten wij kinderen zijn

 

in het uur van de dood.

 

 

Er zal een lied ontstaan

 

in  het uur van de liefde,

 

 

er zal een droom opgaan

 

in het uur van de dood.

 

 

 

 

 

Huwelijksdag

 

Je had het kunnen weten,

 

toen wij het stadhuis verlieten

 

en de taxi langs een pand reed

 

waarin een tekst gegrift stond

 

en ik jou op het inzicht wees

 

dat de opdrachtgever had verworven,

 

werd dit een motto in graniet,

 

ons onontkoombaar voorteken:

 

Nunquam perfectum - het is nooit volmaakt.

 

 

 

 

 

Vechtscheiding

 

 

 

Als wij uit elkaar gaan,

 

wordt het vechten met de dood.

 

 

 

 

 

Terugblik

 

 

 

Hoe jong wij ook waren, een leven lang geleden,

 

als veteranen hebben wij dagelijks bestreden

 

wat er niet goed was aan het onvolmaakte heden;

 

wij beseften niet welke liefde wij daarmee vermeden.